
Grensdorp vol verhalen
Siebengewald is een geheimzinnige plek. Het klinkt misschien wat onaardig om dit te horen uit de mond van een Bergenaar, maar ik bedoel het goed; ik ben weer eens nieuwsgierig. Een dorp met een merk-waardige uitstekende vorm, direct verbonden met onze oosterburen. En dan zo'n naam. Daar móet een verhaal achter zitten. Er is al veel geschreven over dit afgelegen grensdorp. En veel informatie - zo is me verteld- ook zeker niet naar waarheid. Ook komende tijd zullen we hier in deze krant nog veel van gaan horen. Maar wat vooral mijn aandacht trekt, is ‘de Siebengewalder' zelve. Piet Roelofs, toch wel een sleutelfiguur voor de Siebengewaldse gemeen-schap, neemt me mee om samen de spreekwoordelijke mist rondom het dorp wat op te lichten.
Wat in ieder geval duidelijk is, is dat hier de Nederlands-Pruisische grens tijdens het Congres van Wenen rond 1817 is bepaald. Via ruilverkaveling (zo ging dat destijds) werden landerijen verdeeld, gepacht. En daar moest men het, toepasselijk, mee ‘zien te rooien'. Veel weerstand is hier dan ook, voor zover bekend, niet geweest. De lijn tussen de twee landen is daarom niet alleen op de kaart dun. Duitsland en Nederland hadden hier, zeker vroeger, veel met elkaar te maken.
Opleidingsinstituut Gaes-donck was een belangrijke bron van werkgelegenheid voor dorpsbewoners. Handel, in de vorm van legale én illegale uitwisseling zorgde voor bedrijvigheid. Piet, die destijds zelf aan de Augustinusweg woonde, zag de smokkelaars in alle luwte met hun rugzakken klaar staan voor de tocht. "De koffie was duur destijds. Zo kostbaar zelfs, dat winkel-juffrouw ‘Kniep Miek' net over de grens haar naam dankte aan het feit dat zij de koffiebonen doormidden knipte om zo nauwkeurig mogelijk te wegen.” Wat maar weinig mensen weten, is dat nota bene de ooievaar van Piet zélf tijdens zijn geboorte in juli 1949, een smokkelroute had uitgekozen. De beoogde landingsplaats was Nederland, maar deze dienaar schoot iets te ver door en landde -per abuis zogezegd- nét over de grens, bij Goch. Ongetwijfeld zijn er ook in die vroegere periode, tijdens kermis en braderie, de nodige grensoverschrijdende kalverliefdes ontstaan.
Over liefde gesproken. Piet, zelf een rasechte Siebenge-walder, oogt nuchter en realistisch. Maar zijn liefde voor de gemeenschap sijpelt in alles door tijdens het gesprek. "De saamhorigheid hier is opvallend sterk. Juist het feit dat we een op zichzelf aangewezen dorp zijn, maakt het verenigingsleven actief en bruisend. Natuurlijk hebben we ook hier, net als op andere plekken in de gemeente, te maken met een teruglopend aantal kinderen. Tegelijkertijd verwelkomen we steeds meer inwoners van buitenaf, die uit de stadse drukte wegtrekken. En dan ben ik gewoon trots op wat we hier op een relatief klein oppervlak in huis hebben. Toen ik mijn loopbaan in het onderwijs startte had ik nooit gedacht dat ik hier in mijn eigen woonplaats schoolhoofd zou worden. Zou blijven zelfs. Laat staan dat het me tot op die allerlaatste dag van mijn carrière heeft uitgedaagd. Een kans om in Boxmeer te gaan wonen lieten we schieten. Mijn vrouw en ik zijn hier gelukkig.” En zo klinken hier talloze verhalen, obscure mysteries en vooral treffende bijnamen. Het karakteriseert vooral de Bessembiender zelf. Effkes uutruste bej Miem van Flip. Of waaraan de ‘Frikandellen' hun familie-bijnaam danken. Weleens gehoord van de kermis-avonturen van Spaarclub ZZZ? Een naam hoeft maar te klinken en iedereen mijmert: och ja, das war einmal.
We zitten tenslotte vlakbij Duitsland.