
De Grieze Kèl
Ingezonden Kunst & cultuurTheophil Wagner leefde vóór de Tweede Wereldoorlog als kluizenaar in een primitief zelfgebouwd huisje van twee bij drie meter in de bosrijke omgeving van Wellerlooi. Hij werd de Grieze Kèl genoemd. Deze bijnaam had hij te danken aan zijn indrukwekkende verschijning met verzorgd wit haar en een golvende lange baard. Hij droeg vaak een lange leren schort over zijn kleding.
Tussen de Loi en de Hamert, bij kilometerpaal 90 van de Rijksweg, liep een smal pad door de struiken naar zijn woning. Wagner kocht daar in 1931 een stuk heidegrond. Wellerlooi was in die tijd een klein dorp met 551 inwoners. Hij was een zonderlinge man, zeer godsdienstig en had kennis van kruiden.
In een heuvel, half in de grond bouwde hij een eenvoudig houten huisje. In het huisje stonden een tafel, een stoel, een bankje en een fornuis. Buiten had hij een stuk grond waarop hij aardappelen en groenten verbouwde. Hij hield van bloemen en hij plantte verschillende fruitbomen. Uit een put kreeg hij water voor zichzelf en de planten. Maar de grond was er zeer mager en de konijnen wilden ook hun deel. Hij had een lage huifkar op vier wielen met een klapdeurtje als ingang. Hierin sliep hij. Op zijn zwerftochten trok hij deze kar achter zich aan, met daarin ook boeken en gereedschap. Wagner was zeer godsdienstig. Wat verder op de heide bouwde hij in een heuvel een kapelletje onder de grond waarin hij bad en mediteerde. In het kapelletje was het in de winter warm en in de zomer koel. Langs de wanden had hij een voorraad aardappelen en wortelen opgeslagen. Wanneer er iemand begraven werd verscheen hij in de kerk van Wellerlooi. Hij stond dan heel bescheiden achterin de kerk.
Vooral voor kinderen was hij zeer vriendelijk. Hij werd vaak bezocht als ’s zondags uitje. De toeloop van mensen werd zo groot dat hij op een dag een bordje ophing met het opschrift: ‘GEEN TOEGANG, EENZAAME MENSCH’. Maar ongevraagd bezoek trad hij altijd vriendelijk tegemoet. Velen gingen met hem op de foto.
Theophil Wagner werd in 1874 geboren in het dorpje Zawada, dat toen in de Duitse Kreis Rybnik lag. In zijn werkzame leven was Wagner mijnwerker, hij haalde zijn pensioen altijd op in Hamborn bij Duisburg. Volgens het stadsarchief van Duisburg werden mijnwerkers in het Ruhrgebied toen op de leeftijd van 45-50 jaar invalide verklaard. Dat strookt met de mededeling van Wagner dat hij vanaf 1922, toen 48 jaar oud, was gaan zwerven.
Wagner voelde zich thuis in Wellerlooi. Hij had verschillende contacten, bij buren waar hij melk haalde en bij de winkels waar hij boodschappen deed. Hij maakte veel wandeltochten in de omgeving, altijd met zijn huifkar.
Vlak voor de oorlog, in 1938 verdween de kluizenaar opeens. Sommigen dachten dat hij misschien een Duitse spion is geweest. Buurtbewoners vonden dat hij zich op het laatst vreemd gedroeg. Hij nam van alle goede bekenden wel afscheid. ‘Ik ga ver weg’ zei hij. Zijn bezittingen werden overgedaan aan de toen 31-jarige Frans Hendriks uit Wellerlooi. Deze was kantonnier en belast met het onderhoud van een stuk grintweg van de Rijksweg. Wagner overleed op 21 juli 1945, hij werd 71 jaar oud.
De Grieze Kèl, een gemoedelijke en zonderlinge figuur, een ‘Naturmensch’. Met zijn vertrek was Wellerlooi een bijzondere verschijning armer.
Deze bijdrage werd geleverd door Archief de Loi, bereikbaar via e-mail: info@archiefdeloi.nl
Fred Fransen