Een karakteristiek tafereeltje in 'oud' Bergen
Een karakteristiek tafereeltje in 'oud' Bergen Foto: Lise Donné


Overal(l)

Een blauwe overall hangt sierlijk doch nonchalant over de leuning van de stoel. Terwijl ik langsloop, komt als vanzelf een zinnetje omhoog, welk stamt uit mijn jeugdtijd. "Twee kilo Elstar, één kilo peren …”. Deze mantra uitsprekend zodat ik het niet zou vergeten, begeleidde mij steeds weer bij de wei van Thei Wijnen. De deur van de schuur naar zijn boerderij stond steevast open. Een belletje bij het binnenstappen kondigde mijn bezoek aan. ‘Snoep verstandig, eet een appel' luidde het devies van de verkleurde poster aan de muur. Maar meestal als ik entree maakte in de vochtige ruimte, was er niemand te bekennen. Het had iets onheilspellends, alsof de kust zonder de aanwezigheid van Thei zelf niet veilig was. Maar dan klonk het verlossende geklak van de stevige boerenstappers. Met de eeuwige grote glimlach op het gezicht en een binnenkomer als "ut weer is nie zo bar wah” wist je dat je, naast je appels en peren, een smakelijk onderonsje mee zou krijgen.

En zo ook nu, zomaar uit het niets, verschijnt Thei in de deuropening. Alsof hij wist dat onze wegen elkaar nog eens zouden kruisen. Geen peren maar aardbeien staan onder de parasol op zijn binnenplaats uitgestald. Als vanzelf neem ik plaats op zijn privé- annex openbaar terras. Thei, nooit om woorden verlegen, weet nog precies wie ik ben, en geeft ook toe, mijn stukjes graag te lezen. Zijn boerderij en het land eromheen vormt in wezen het epicentrum van het dorpje waar ik ben opgegroeid en dat is nooit veranderd. Letterlijk gezien ligt het dan misschien niet helemaal in het midden; voor iedereen die het Bergse ommetje maakt is het een onontkoombaar fenomeen.


Sinds enkele jaren is dit, op initiatief van enkele betrokken dorpsgenoten, een ontmoetingsplek voor een kop koffie en een praatje. Net hoe het uitkomt, maar tevens meteen semi vast karakter. Het is een dubbel gevoel merk ik op, terwijl ik Thei hoor praten. Op deze plek staat de tijd eigenlijk stil, ook al draait de voedingsbodem steevast met de seizoenen mee. Alles is, oogt en ruikt nog hetzelfde. Maar de samenstelling mensen is behoorlijk veranderd. In eigen kringen zijn dierbaren overgegaan, en zo ook enkele ‘sleutelfiguren' die deze plek een actief warm hart toedragen. "Zo is het leven” verzucht Thei, met een bescheiden, sentimentele lach. Gevolgd door een grap en een grol. Humor blijft een middel om zijn kijk op het leven vorm te geven. Pluk de dag. Of pluk een aardbei zo je wil.

Ik stel vast dat het steeds groter wordende assortiment in de supermarkt ongetwijfeld gevolg heeft gehad voor Thei's levenswerk. Een opmerking die hij vast en zeker vaker heeft gehoord, maar hij lijkt er niet door geraakt. "Mensen komen speciaal vanuit Siebengewald of Well trouw hier hun aardappelen halen. Ik breng ze zelf ook rond. En dan ben ik vaak wel een paar uur onderweg.” En nee, vermoed ik, dat is niet vanwege de rustig voort tuffende trekker. Maar vanwege de onderonsjes. De gesprekken die ertoe doen. 


Zonder Thei dus geen prei en vice versa. Dat is me inmiddels wel duidelijk. Dit is iemand die met het hart werkt voor het moois van Nederlandse bodem, maar ook een echte buurtverbinder. De blauwe overall, die tijdens ons gesprek al die tijd decoratief aan mijn stoel heeft gehangen, vormt onbewust de metafoor voor wat ik eigenlijk wil zeggen.
Thei is 'overall'.