
Kermisklanten
Het najaar staat in onze regio op veel plekken garant voor kermisvertier. Toch is er heel wat veranderd in het karakter van de kermissen zelf. Ik herinner me, en velen met mij, het per fiets verkennen van werkelijk elke kermis die maar te vinden was. De schiettent met plastic bloemen en seksplaatjes, de snoepkraam met wijnballen en zuurstokken. En uiteraard de rups met het muffe ongewassen doek. Alles móest en zou ertussen gepropt worden, elk jaar weer. Tja, en dan de botsauto's. Het epicentrum van elk plein, hét ontmoetingspunt voor jong en oud. Om stoer en moedig naast je nieuwe vlam in de auto te stappen en jezelf blauw te laten botsen bijvoorbeeld. Of om simpelweg gade te slaan hoe het chaotische tafereel zich na elk belletje herhaalde. Ik koester die herinneringen.
Op veel plekken komt de kermiskaravaan niet meer in vol ornaat voorbij. In de dorpen zelf echter, heerst genoeg ‘dorpspirit', saamhorigheid en creativiteit om elke traditionele kermisperiode om te toveren tot een moderne versie, met een grote feesttent bijvoorbeeld. Het sentiment van kermis komt in wezen weer tot leven zonder de attracties zelf, maar dan vooral met muzikaal vertier, sterke verhalen, en de onmisbare biertapkraan.
Zo viel ik enkele weken geleden de ‘pub' in mijn geboortedorp Bergen West binnen. Op het plein waar vroeger geschreeuwd, gejoeld en gebotst werd, was deze pub nu de residentie van dorpelingen en mensen ver daarbuiten. Een avondvullende pubquiz, aangekleed door charmant in het goud gestoken hosts, stelde ons collectief geheugen op de proef. Wat wisten we eigenlijk van de plek waar we al zo lang kwamen? Waren we ons überhaupt bewust van de veranderlijkheid in zo'n kleine dorpskern? Oude vertrouwde gezichten mengden zich aan de tafels met fris ‘nieuw bloed’. Terwijl de quiz zich voltrok en de bomvolle pub uitbundig laveerde tussen de diverse categorieën, kon ik het niet laten om de vergelijking met vroeger te maken.
De fanatiek geladen energie knetterde en schalde over het plein heen. Hier had iedereen naartoe geleefd. Het had iets weg van de schiettent, waar ik vroeger angstvallig met een grote boog omheen liep. Met focus en snelheid reageren, alvorens instinctief raak te schieten op de vragen. Of het voortouw nemen in de touwtrekkraam, op gevoel een wilde gok wagen en maar zien of je in de prijzen zou vallen. Een eventueel verlies ligt immers altijd op de loer. Waren we bereid dat risico te nemen? Of dacht je het goed voor mekaar te hebben, een mooie plek bemachtigd in het tussenklassement van de quizcaroussel? Dan was die beste plaats zeker niet gegarandeerd in de volgende ronde. Het leek die verdraaide draaimolen wel. Je felbegeerde plaats nimmer afstaan dus, zo gold het devies. En werd de strijd toch nét te heetgebakerd? Dan mocht de tegenaanval tactisch worden ingezet. Even kijken wat er links en rechts van je gebeurde, om vervolgens vol gas de koploper, de koning van de botsbaan, genadeloos omver te beuken. Net zo lang tot de quizmasters door hun geavanceerde echomicrofoon met sensationele stem omriepen: "Laaaaatssste rondje jongens en meisjessss!”
Van de uiteindelijke winnaars bleek overigens niemand oorspronkelijk uit het dorp te komen. Afijn, ongetwijfeld hebben ook zij kunnen ervaren hoe een avondje Bergse kermis eraan toe gaat. En met een beetje fantasie is dat in hun eigen dorp wellicht net zo. Eén ding is me in ieder geval duidelijk geworden. Of we het nu willen of niet; we zijn na al die jaren nog steeds kermisklanten pur sang.