Familie Kersten rustend naast de heide-oogst begin jaren '40
Familie Kersten rustend naast de heide-oogst begin jaren '40 Foto: Siebengewalds Archief

Groesbekenaars in Siebengewald

Algemeen Hobby & vrijetijd Ingezonden Kunst & cultuur

Wie Siebengewald zegt, zegt bessembienders. Een fraai monumentje in het dorp houdt de herinnering aan hen levend. En tijdens carnaval heerst de prins over het Bessemriek met een ouderwetse handbezem in zijn hand als teken van zijn waardigheid. Verder worden zij in ere gehouden met een eigen straatnaam: Bessembiender.

Een inwonerslijst uit 1810 maakt geen melding van inwoners die hun brood verdienden met het maken van bezems. Heel wat anders lag dat in die tijd in Groesbeek, de bakermat van de Siebengewaldse bessembienders. Daar ging het toen om circa 25 beroepsmatige bezembinders. Hun aantal loopt in de jaren daarna op, in 1842 waren er daar bijna 150 huishoudens die leefden van de bezemmakerij, één derde van de bevolking.

De Groesbeekse bessembienders zijn naar Siebengewald gekomen in de periode van 1865 tot 1880.In de tijd gespreid en in kleine groepen, circa 25 personen verdeeld over minder dan 10 huishoudens. De meesten - overigens zij niet alleen - vestigden zich toen op wat nu lokaal nog steeds De Hei heet, voormalige heidevelden ter hoogte van Beekheuvel en Groote Horst. Eén reden waarom ze uit Groesbeek vertrokken, was het gebrek aan materialen voor het maken van bezems. Dat was een gevolg van de privatisering en ontginning van heidevelden voor land- en bosbouw. 

Doorslaggevend voor in ieder geval een deel van de emigranten om zich juist in Siebengewald te vestigen was de mogelijkheid een stuk grond te kopen bij elkaar in de buurt. Een viertal Duitse boeren, die eerder in 1842 percelen van in totaal 10 hectare hadden gekocht, bleken na 1865 bereid om hun grond in kleine percelen te verkopen. Een buitenkansje dus, waarschijnlijk voor kopers èn verkopers. Mogelijk is het contact tot stand gekomen via enkele Groesbekenaren die al eerder in Siebengewald emplooi hadden gevonden als dagloner.

We weten niet heel erg veel over de leefomstandigheden gedurende deze begintijd. Wel dat ze hun oude stiel weer oppakten en erop uit trokken om de bezems, samen met andere producten, tot ver in Duitsland huis-aan-huis te verkopen. Opvallend is dat geen enkele Groesbekenaar in de periode tot 1890 naar “huis” is teruggekeerd.

Zoals eerder ook het geval was op de Stekkenberg in Groesbeek, vormden de bewoners - onder wie overigens ook een aantal niet-Groesbeekse families - op De Hei een hechte lokale gemeenschap, oorzaak en gevolg van de vele onderlinge huwelijken.

Vanaf het einde van de 19e eeuw zet ook in Siebengewald de teloorgang van de bezemmakerij in. In de eerste plaats als direct gevolg van grootschalige heideontginningen, maar ook door de groei van meer werkgelegenheid in andere sectoren en de concurrentie van industriële bezems.

Vele nazaten van de bessembienders zijn in Siebengewald gebleven. En mogelijk zijn zij het die met hun trots op hun voorouders ervoor gezorgd hebben dat zij een prominente plaats in het lokale collectieve geheugen hebben gekregen.

Deze bijdrage is tot stand gekomen dankzij het Siebengewalds Archief, bereikbaar via e-mail:
info@siebengewaldsarchief.nl

Afbeelding