
Uit en Thuis
Algemeen ColumnFier prijkt de Nederlandse leeuw op de muur van het markante huis aan de Bergse Lindenlaan nummer 2. Ironisch genoeg draagt Loes Poels precies vandaag een oud oranje shirt mét leeuw onder haar schilderstenue. De stenen versiering is gemaakt na een verwoestende bominslag op het huis in de oorlog. Er liggen genoeg verhalen verscholen om het met recht een museum te noemen. Loes’ verhaal zelf is in wezen al opmerkelijk genoeg.
In 1977 kochten Wieps (de Kapper) en Thil Poels met hun gezin dit pand, dat daarvoor eigendom was van de familie Schelbergen. In 1992 werd het gekocht door Loes en haar partner Jos. In de vooroorlogse tijd alsook daarna was hier een bakkerij en een café gevestigd. Vol trots laat Loes me het gedeelte zien waar de bakkerij vroeger zat en waar haar vader menig Bergse (jonge)man en jongen knipte. Deze plek wordt nu omgetoverd tot een Bed & Breakfast. De oorspronkelijke ornamenten zijn gemoderniseerd maar ook in ere gehouden. Alsof je nog een zweem versgebakken brood ruikt, of het tikken van de kappersschaar bijna horen kunt.
Het jonge gezin van Loes beleefde hectische tijden in de jaren negentig. Jos had een drukke baan en was weinig thuis. In 2003 verhuisden zij naar Ermelo om een nieuw hoofdstuk aan te gaan. Loes, een positivo en vrije vogel pur sang, had weinig moeite om er te aarden en ook voor de jonge kinderen was het een fijne tijd. De verbinding met Bergen bleef, mede dankzij Loes’ ouders en vriendinnen. Tot twee keer toe kwam het huis opnieuw te koop, en Loes dacht na. Steeds leek het echter de tijd nog niet. Totdat het eind 2023 ineens raak was ...
Voor Loes is het terugkeren naar haar roots zowel een toevalstreffer als een gekoesterde wens. Dankzij de Ermelose jaren kwam er meer rust in het gezin. Ruimte bovendien, om gekoesterde dromen zoals een B&B runnen, na te jagen. In januari is de oude bakkerij grotendeels klaar voor het ontvangen van gasten.
Tijdens het klussen ontdekte Loes dat deze plek in oorlogstijd onderdak heeft geboden aan vluchtelingen. Haar metaaldetector spoorde opzienbarende vondsten op, waar je van alles bij kunt bedenken.
Een haarspeldje en kaarslampje met kruis doen vermoeden dat er onderduikers zaten in een verborgen ruimte. En ook een Buismanblikje, gevuld met ‘zilver-bonnen’, een noodruilmiddel uit die tijd. Is er bezoek geweest van Engelse militairen? Aan de bierflesjes en sigarettendoosjes te zien wel. En zelfs een Duitse militaire speld komt in al zijn roestigheid tevoorschijn. Mijn mond valt er van open; dit is een schatkamer van bewaring. Een oud echtpaar uit Susteren heeft elkaar hier ontmoet na de oorlog als vrijwilligers van het Rode Kruis. In die tijd werden voor de terugkerende evacués in de kelder stiekem kerkdiensten gehouden. Terwijl Loes vertelt, voel ik het mee. Dit moet, in tijden van grote onveiligheid en chaos, een kleine veilige haven zijn geweest voor velen. Een uit nood geboren Bed & Breakfast onder barre omstandigheden.
De toewijding die Loes brengt in haar ‘project’ kan niet anders dan heel veel mensen blij gaan maken. Het mini-museum dat hier ligt opgeslagen zal ongetwijfeld regelmatig voor gasten tevoorschijn worden gehaald. De verhalen, open voor eigen interpretatie, met elkaar delend. En de leeuw? Die strijkt tevreden zijn poot waakzaam over dit kleine imperium. Oorlog of niet; onder zijn toeziend oog hoeft niemand te vrezen.
Fred Fransen