
De Kardriever
Algemeen Hobby & vrijetijd Kunst & cultuurHet gezin op de foto hiernaast is dat van Johannes Tissen (1852-1933) en Theodora Weijers. Achter het echtpaar staan hun dochters Johanna en Christina, tussen hen in kleindochter Maria van der Horst en links twee dienstmeisjes. De foto moet rond 1918 genomen zijn.
Johannes Tissen (ook vaak Thissen geschreven) zou je een van de grondleggers van de Siebengewaldse middenstand kunnen noemen. Hij was afkomstig uit Weeze en trouwde in 1877 in bij de familie Weijers, die woonde aan het begin van wat nu de Nieuweweg is. Theodora’s vader Gerard Weijers bouwde voor hen een huis aan de Gochsedijk, op de plek waar nu de Haldi gevestigd is. Bij zijn huwelijk was Johannes nog dagloner, maar hij bleek aanleg voor zaken te hebben en maakte vrij snel carrière. Het begon met het vervoer van melk naar de margarinefabriek in Goch, en veevoer op de weg terug. Daar zal hij de bijnaam de Kardriever aan te danken hebben.
De zaken gaan kennelijk goed en rond 1890 noemt Johannes zich winkelier en herbergier. Zijn zaak is de kern van wat later de winkelbuurt van Siebengewald wordt. Maar dan komt ook zijn opvliegende karakter aan het licht. Hij moet één maand de cel in wegens belediging en mishandeling van een marechaussee.
In 1894 is hij klaar voor de volgende stap. Hij krijgt toestemming om achter zijn huis een molen te bouwen, die in 1895 in gebruik wordt genomen. Molenaar Gerard Hendriks komt over uit Well om de molen te bedienen. Opvallend is dat Johannes zijn vastgoed niet op zijn eigen naam zet: zijn vrouw bezit de molen, zijn 16-jarige dochter Christina een huis. Zijn zakelijke voorzichtigheid blijkt terecht, want in 1900 wordt hij korte tijd failliet verklaard.
Daarmee breekt een moeilijke tijd aan. Om uit de schulden te geraken worden de molen en het café verkocht. De Kardriever kan dit moeilijk verwerken: hij blijft zijn oude café bezoeken en veroorzaakt daar regelmatig overlast. Op een dag begint hij in een dronken bui de ruiten in te slaan. Er ontstaat een vechtpartij met de veldwachter die te hulp geroepen is en weer volgt er een veroordeling voor mishandeling. Een paar maanden later overlijdt de veldwachter, maar het lijkt er niet op dat dit de Kardriever nog aangerekend wordt. Dat wil zeggen, niet door justitie, wel door de familie van de veldwachter.
Johannes Tissen begint vervolgens een nieuw “bierhuis met zaal” iets verderop aan de Gochsedijk, tegenover de huidige Seringenstraat. Ook dit pand staat eerst op naam van zijn zoon Hendrik, en later op naam van zijn schoonzoon Hendrik van der Horst.
Daarna valt er enige tijd weinig te berichten over Johannes. Zijn naam komt pas weer in het nieuws als in 1930 een journalist van de Nieuwe Venlosche Courant afreist naar Siebengewald om te beschrijven hoe het dorp in 40 jaar tijd een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt heeft. Hij geeft de dan 77-jarige Johannes Tissen alle credits en gaat enige overdrijving niet uit de weg:
“Eén man slechts was er in het dorp, die de lees- en schrijfkunst machtig was.”
“Hij was een Duitscher, die niettemin ook uitstekend Hollandsch kende en door zijn voortvarendheid een groot aandeel heeft gehad in de opkomst van het dorp.“ Bovendien werd geschreven: “Johan Tiessen, de intellectueel van de plaats, …” en ook “Als ‘de kurassier’ bekend,…”
Kurassier, dat klinkt heldhaftiger dan Kardriever, maar deze poging tot opwaardering mislukt. Kent u de zanger William Kersten? Dat is gewoon de zoon van Tönne van Marie van Han van de Kardriever.
Deze bijdrage kwam tot stand dankzij het Siebengewalds Archief, bereikbaar via mail: info@siebengewalsarchief.nl
Fred Fransen