
Limburgse nachten
Meer dan een jaar geleden had ik al het genoegen om Michel Stevens te ontmoeten in zijn boven de Maas uittorende appartement in Well. Michels fascinatie voor geschiedenis in het algemeen, maar zeker ook voor het naslagwerk van zijn roots, smaakte toen al naar meer. Nog steeds bezoekt hij graag verre oorden ‘in Pruisen', waar Nederlandse- en Duitse dialecten hun melange en oorsprong vinden. Duikt hij in het ontcijferen van eeuwenoude brieven tussen Baron de Liedel en zijn zus. Of volgt hij met belangstelling de kunstzinnige activiteiten van de Boston-studenten in het Wellse kasteel. Stel je voor: een groep jeugdige lieden, de wereld aan hun voeten. Nog vol dromen en ambities, in de bloei van hun leven. Neergestreken in Well of all places. Hoe beleven zij deze tijd? Waar gaan zij graag uit om het leven te vieren? Tijden zijn veranderd, zoveel is duidelijk. Maar toch. Michel herinnert zich van vroeger uit de feestjes, die soms zelfs in het kasteel werden gehouden, tijdens de incidentele activiteiten voor de jeugd. Het had iets surrealistisch, alsof je in een tijdmachine was gestapt en onbedoeld in een chique balzaal terecht kwam. De huidige Wellse uitgaansnachten ademen niet meer hetzelfde gevoel. Toch bruist het in Michels hoofd nog volop. Van de herinneringen aan Limburgse nachten.
Als klein jongetje sliep hij in de Kasteellaan met zijn raam aan de straatzijde. Precies boven het feestgedruis, met name tijdens de weekenden. De zinderende dansavond in Danszaal Klabbers (daarna Café Onder de Linden) liep ten einde rond een uurtje of elf. Een uitwasemende club jongelui baande zich een weg naar buiten. Nog nat van het zweet, inspanning van al het gedans. Zundappjes en Kreidlers werden pruttelend op gang gebracht. Luidkeels gejoel en gelach alom. Michel hoorde het alsof hij er zelf bij was. Soms was het hommeles, wanneer sjansgrage jongens vanuit onze oosterburen de meisjes wilden afpakken van hun vriendjes uit de Nederlandse dorpen. Natuurlijk liep dat niet altijd even harmonieus af. In deze periode deden de Wellse kasteleins goede zaken. Dansvertier hier, filmavonden, braderieën en partijen dáár, bij ‘Nelly' of Walaria, schuin aan de overkant. En waagde je je richting Rijksweg, dan kwam je uit bij zaal Vink of Krebbers. Of dacht je terug aan vroegere tijden, toen de vele boerderijkroegen hun deuren wagenwijd open hadden op dit tijdstip.
Specifiek in Well onthult zich, als je er rondloopt, een opvallende, bonte mix aan bouwpanden. Je kunt de levendigheid, die hier ooit nog veel sterker aanwezig was, bijna proeven; dat deze een grote aantrekkingskracht had op jongelui uit omliggende dorpen. Niet enkel in Michels jeugd, maar ook ver daarvoor al. Denkend aan de boerderijen en brouwerijen rondom het kasteel; de statige kantoorpanden, gastronomie en ander chique etablissement in de historische straatjes bij de Maas. Je kunt de vele verhalen er zo bij bedenken. Toch moeten we het doen met herinneringen van vervlogen tijden. Of toch niet? Terwijl ik aldaar mijn eerste ijscoupe van het jaar eet, zie ik ze plotseling lopen. De studenten van het kasteel. Gefocust; gewapend met fotocamera. ‘Zien' zij de verhalen ook? Vast en zeker. Even overweeg ik ze om te vragen of er binnenkort weer een leuk feestje is. In de balzaal van het kasteel natuurlijk. Het zou toch wat zijn. De herinneringen blijven; duurzaam. En daarmee kunnen we met zekerheid één ding stellen: Die Limburgse nachten komen, net als de Brabantse, wat langzaam op gang.
Ja maar dan ….