
Veer Wellerlooi-Blitterswijck
Algemeen Hobby & vrijetijdTussen Wellerlooi en Blitterswijck is eeuwenlang een verbinding geweest door middel van een voetveer. De eerste meldingen van dit veer dateren uit 1442. Het veer viel in vroeger jaren onder het gezag van de kasteelheer van Blitterswijck, de heer Frans van Lynden. In 1592 raakte deze kasteelheer in een proces verwikkeld met de Heer van Well over het veer.
De Heer van Well betwistte hem het recht om met schuiten of ponten vee en karren over de Maas te zetten, omdat hij officieel alleen een voetveer ter beschikking had. Hij wilde dus de verplichting opleggen gebruik te maken van het grote veer van Well (veerman in de Heerlijkheid was destijds ene Willem van Kessel). Lang liep het geschil, men verspilde er veel tijd en geld aan. Maar opeens, zonder dat er een uitspraak in het geding gevallen was, besloten beide partijen zich toch maar te verstaan en men trof een minnelijke schikking. Deze werd mede ondertekend door Adelhart van Goer, Heer tot Kaldenbroick (neef van Frans van Lynden van Blitterswijck).
Jaren later, 11 augustus 1760 zou de kwestie ‘veer’ andermaal voor de rechtbank komen. Ditmaal op aanklacht van Vrouwe Louisa de Pas de Feuquiëres van Well. De Vrouwe vond dat de Blitterswijckse veerman haar rechten op het veer schond door in plaats van alleen personen, ook hout en vee over te varen. De geschiedenis herhaalde zich. In 1797 ging het veer tenslotte mede in verband met de gewijzigde tijdsomstandigheden over naar de eigendommen van het rijk. Vermoedelijk kwam het toen in pacht bij een familie Henckens.
Het huidige als zodanig nog bekend staande veerhuis dateert van eind 1800. Vanaf omstreeks 1850 was Tinus Peeters de veerman en pachter van het veer. Van hem was bekend dat hij erg punctueel was. Was iemand bijvoorbeeld niet op het afgesproken uur aan de overkant aanwezig om overgezet te worden, dan roeide Tinus zonder dralen terug, en kostte het nogal wat overredingskracht om uiteindelijk toch nog overgezet te worden.
Omstreeks 1888 nam zijn neef, zoon van zijn zuster, Frans Reijnen, het veer over. Hij trouwde in 1904 met Maria Verbeeten. De oude veerman Tinus bleef bij hen wonen. Frans Reijnen (de vader van de gastvrouw van het veerhuis, in de volksmond ‘Tante Jet’ genoemd) overleed in 1917. Na het tweede huwelijk van echtgenote Maria Verbeeten met Jacobus Vissers uit Horst in 1920 (‘Koeëbes van de Maas’ oftewel Kobus) ging laatstgenoemde als veerman fungeren. De mensen van Wellerlooi maakten vooral massaal gebruik van dit veer bij de jaarlijkse processie naar Tienray. Het overzetten te voet kostte 3 cent en met de fiets 10 cent.
Tot omstreeks 1954, toen het voetveer werd opgeheven. Mede door de komst van de Baileybrug in Well had het voetveer vrijwel geen functie meer en behoorde het veer met al zijn romantiek daaromheen voorgoed tot het verleden.
Het nieuwe fiets- en voetveer
Na een afwezigheid van circa 48 jaar werd in 2002 de vroegere veerverbinding in ere hersteld. Door middel van een vrijvarend pontje kunnen fietsers en voetgangers weer veilig oversteken tussen Wellerlooi en Blitterswijck. Het pontje heeft nu een toeristisch-recreatieve functie en is vernoemd naar Kobus, de laatste en legendarische schipper van het oude voetveer.
De stichting achter dit fiets- en voetveer draait volledig op vrijwilligers en mocht eerder dit jaar de miljoenste passagier begroeten.
Deze bijdrage werd geleverd door Archief de Loi, bereikbaar via e-mail: info@archiefdeloi.nl
Fred Fransen