
Door de ogen van Lise: El Dorado
Column Kunst & cultuurIn de verte hoor ik de koeien loeien met langdurige uithalen, de ochtend na de voorstelling. Geen ongewoon geluid natuurlijk, ik ben er wel aan gewend. Maar deze ochtend komt het geluid sterker binnen. Het klinkt onrustiger, meer beladen misschien wel. Alsof ook zij, nu de boodschap van El Dorado doorklinkt in onze hoofden, doorhebben dat er zorgen zijn. Niet zomaar een overpeinzing, maar (ter)echte zorgen.
Het is een ongekend gezicht. De vloer van de grote loods bij plantenkwekerij Lucassen is normaliter bestrooid met een flinke laag zand. Nu is de kolossale ruimte omgetoverd tot een professioneel theater, compleet met tribune, decor, musici en spelers. Pieter, mede-eigenaar van het bedrijf, heeft namens de PVO zijn locatie ter beschikking gesteld voor deze veelbesproken, rondreizende productie. Het verhaal, met een thema dat nog altijd aan de orde van de dag is, zou zich in wezen op een willekeurig boerenbedrijf in onze plattelandsregio kunnen afspelen. De benarde positie van boeren, verstrengeld in een ingewikkeld web van belanghebbenden die allemaal een vinger -soms een volle vuist- in de pap (willen) hebben. De voorstelling belooft het licht te schijnen op die complexiteit. En dan vooral op degene die centraal staat en die, met een gehavende hand op het hart, nooit om deze situatie heeft gevraagd. De boer zelf.
Ik voel me bevoorrecht, alvast een glimp te mogen opvangen van de voorbereidingen. Blaasinstrumenten worden ingespeeld voor de composities van Bart van Dongen. Hier en daar klinkt een kuch van een zangstem die de keel smeert. De El Dorado-machine is al meerdere dagen op stoom, hier in de loods. Straks reist de karavaan verder naar een andere locatie. Ander decor, ander muzikale omlijsting; hetzelfde thema. Maar eerst hier, nu, deze avond. Wiske Sterringa, schrijver van het stuk, onthult een scherpe blik die vertrouwen uitstraalt, terwijl de dialogen voor de laatste keer in repetitievorm door de zaal galmen. Met een thee in de hand beweeg ik mij door de ´foyer´ annex achterschuur van de loods, die nu voor sfeervol ontvangst van het publiek zorgt. Ik spreek drie dames uit Gennep, zelf ook op een boerderij opgegroeid. Ook hoor ik enkele muzikanten, inmiddels aardig gewend hier, onder de indruk zijnde van de professionele werkwijze van regisseur Roel Swanenberg. Het schept ongetwijfeld een band om samen zo intensief aan zo’n stuk te werken. De ‘boer’ laat zijn lachende gezicht kort om het hoekje zien; het is showtime. Toch bekruipt mij het gevoel dat tijdens het spelen die lach al snel van zijn gezicht verdwijnt.
En dat blijkt ook, wanneer het verhaal zich verder ontvouwt. Grote zorgen spelen parten in de boerenfamilie, waar ieder gezinslid een eigen taal lijkt te spreken. Samen verbonden, maar tegelijkertijd noodgedwongen zo in hun eigen wereld. Zorgen over geld, de koeien en overheidsmaatregelen bij de één; zorgen over verkeerde bedoelingen en ondermijning bij de ander. Smoorverliefde dochter valt voor de charmes van een louche figuur, die heil ziet in criminele praktijken op het boerenerf. Terwijl zoonlief probeert te behoeden, te lijmen, te doorzien. De chaos is compleet. En toch gaat het leven gewoon door. Het moet wel.
Een onheilspellend gevoel neem ik mee na de voorstelling. Het geloei van de koeien dat ik hoorde, valt de boodschap ironisch samen als ware het een sirene. Hier spreekt duidelijke taal; er moet iets gebeuren.
Lise Donné