Grensovergang Siebengewald met links de Jagershof
Grensovergang Siebengewald met links de Jagershof Foto: Siebengewalds Archief

Boedelbeschrijving uit 1875

Algemeen Hobby & vrijetijd Kunst & cultuur Maatschappelijke discussie

In een vorige aflevering waren we begonnen met een boedelbeschrijving van het pand op Haagdoorn, de hoek van de Augustinusweg en de Gochsedijk in Siebengewald. Later beter bekend als de Jagershof. Aanleiding voor de inventarisatie was het overlijden van eigenaar Gerard Jeurgens in 1875. Hij liet een vrouw en twee kinderen na. Het document geeft naast een overzicht van alle bezittingen ook inzicht in het financiële verkeer in die tijd. Het stuk somt alle debiteuren en crediteuren op, de openstaande vorderingen en leningen.

Zo is er het “schuldboek” van de winkel, met openstaande rekeningen van klanten. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen inbare vorderingen en oninbare of zeer twijfelachtige posten.

Van zo’n 25 personen werd verwacht dat ze hun rekening nog wel zouden betalen, samen goed voor f.451,53. De lijst oninbare schulden telde liefst 38 personen, met name genoemd, het halve dorp dat zijn rekeningen verscheurd zag. Ook waren er uitstaande ‘onderhandse’ leningen, samen voor ongeveer 700 gulden.

Dit zijn allemaal nog kleine bedragen vergeleken met de schulden van de familie Jeurgens zelf. Met hun omvangrijke grondbezit (50 percelen, zo’n 40 ha) en inventaris (de roerende zaken werden geschat op 12.650 gulden) als onderpand konden ze kennelijk grote leningen aangaan.

Leningen bij de Nederlandse Mij. van Grondkrediet, mr. Albert Thissen te Roermond, groothandel Gebr. Noorduijn, warenhuis Bahlmans, beide in Nijmegen, juffr. Stoffels-Caleij, fam. van Aerssen-Beckers-van Gulik, fam. Otten te Heijen, alles opgeteld maar liefst 37.000 gulden!

Er waren ook nog openstaande rekeningen te betalen aan leveranciers en ambachtslieden, van o.a. metselaar Gerard Janssen, dokter Giesbertz, zadelmaker Peter Jeurgens, apotheker Doesberg, wijnhandelaar Schaffers, brouwer Mooren te Vierlingsbeek, smid van Bergen, timmerman Arts, alles tezamen bijna 3.000 gulden die de 40.000 gulden aan schulden volmaken. Een enorm bedrag in die tijd.

Over deze schulden en leningen moest natuurlijk rente betaald worden, en zolang de grond ende winkel voldoende opbrachten was dat geen probleem. Twintig jaar heeft de (inmiddels hertrouwde) weduwe het nog volgehouden, maar dan komt er een einde aan de Jeurgens-dynastie op Haagdoorn, die rond 1760 begonnen moet zijn. In 1895 vindt een gedwongen openbare verkoop plaats. Koper van het pand en de meeste grond is het net aan de andere kant van de grens gelegen Hulppriester-seminarium de Gaesdonck.

Pachter van de herberg wordt Mathias van Riswick, wiens broer Herman al een café had aan de Augustinusweg, ter hoogte van de oude kerk. Deze familie zou ook weer vier generaties blijven wonen op wat dan de Jagershof gaat heten.

Het is bekend dat de Gaesdonck niet snel grond verkoopt, maar dat is in dit geval door bijzondere omstandigheden toch gebeurd. Na de oorlog heeft de Nederlandse regering beslag gelegd op zgn. vijandelijk vermogen, bezit dat Duitsers in Nederland hadden. Kerkelijke instellingen, zoals de Gaesdonck, waren hiervan uitgezonderd, maar hun bezit werd wel tijdelijk beheerd door een Nederlandse zaakwaarnemer. Namens het bisdom Roermond was dat voor de Gaesdonck een aalmoezenier Gerrits. De gemeente maakte gebruik van de gelegenheid door via hem de grond te verwerven die ze nodig had voor de nieuwbouw van de Bloemenbuurt en langs de Nieuweweg. De familie van Riswick haakte aan bij deze actie en kocht de Jagershof. Met de omliggende grond, die in de jaren 60 alsnog doorverkocht werd aan de gemeente, voor aanleg van het sportpark.

Deze bijdrage kwam tot stand dankzij het Siebengewalds Archief, bereikbaar via mail: info@siebengewaldsarchief.nl