
Van lappendeken naar provincie
Algemeen Hobby & vrijetijd Ingezonden Kunst & cultuurLang na de Romeinen, de Franken en Saksen behoorde onze streek bij Gelder, dat in 1543 na een hevige strijd tussen keizer Karel V, koning van Spanje, en de hertog Willem van Kleef van Gelre, ingelijfd werd bij de 16 andere Nederlanden.
Philips II van Spanje volgde zijn vader Karel V in 1555 op als heer van de Nederlanden. Kort daarna brak de 80-jarige oorlog uit.
Parma verjoeg de “Staatsen” in 1586 door zijn verovering van Venlo en Geldern en van de forten Well en Arcen en zo bleef het Overkwartier van Gelre voor meer dan een eeuw in handen van de Spaanse koning.
Philips II schonk de Nederlanden in 1598 aan zijn dochter Isabella Clara Eugenia. Onder haar bewind werd het Maas-Rijnkanaal van Rheinberg naar Venlo gegraven: de Fossa Euganiana, waarvoor Hendrik van den Bergh, gouverneur van Spaans Gelder en vanaf 1628 heer van Well, in 1626 de eerste spade in de grond stak.
In 1632 maakte Frederik Hendrik van Oranje een einde aan die droom tijdens zijn veldtocht langs de Maas. Die was mogelijk gemaakt door zijn neef Hendrik van den Bergh, inmiddels heer van Well, die zich liet omkopen om hem met zijn leger doortocht te verlenen.
Onze streek was weer oorlogstoneel geworden. Uit verschillende windrichtingen rukten Spaanse en Oostenrijkse legers op naar het Overkwartier om het verloren gebied te heroveren.
Vrede van Münster
In 1648 bracht de Vrede van Münster eindelijk rust. De Republiek der Verenigde Nederlanden mocht haar veroverde gebieden behouden, maar het Overkwartier bleef Spaans.
In 1700 brak er opnieuw een oorlog uit: de Spaanse Successieoorlog. Nu stonden de Fransen en Spanjaarden tegenover Pruisen, de Nederlandse Republiek en Engeland. Die oorlog eindigde in 1703 met de overgave van de Spanjaarden. Koning Frederik Ivan Pruisen hield de veroverde delen, waaronder de heerlijkheid Well en Bergen, bezet tot de Vrede van Utrecht in 1713. De zuidelijke Nederlanden kwamen aan Oostenrijk en Noord-Nederland kreeg o.a. Venlo. Een flink stuk moest de koning van Spanje afstaan aan Pruisen. Het kwam erop neer dat het tegenwoordige Limburgse gebied ten noorden van Venlo en Neer onder het gezag van de koning van Pruisen kwam te staan, inclusief heerlijkheden als Well-Bergen. De katholieke godsdienst en het Nederlands als verplichte taal in kerk en school werden gehandhaafd.
Aan dit alles kwam eind 1794 weer een eind door de bezetting van onze streek door de Fransen. De heerlijkheden Well-Bergen, Afferden en Heijen werden in 1800 bijeengevoegd tot de gemeente Bergen.
Napoleon verslagen
Napoleon werd verslagen en in 1815 werd onze streek onder de nieuwe naam Limburg onderdeel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Van 1830 tot 1839 waren we (behalve Maastricht) onderdeel van het nieuwe koninkrijk België, daarna ging het verder als Hertogdom Limburg.
Sinds 1867 is Limburg officieel een provincie van Nederland. Pastoor Driessen (1911-1976) vatte het in zijn boek “Well en wee” kort en bondig samen: “Ondanks alle bestuurswisselingen op wereldlijk en ook op geestelijk gebied, die menig geschiedschrijver tot wanhoop brengen, is Well zich altijd deel blijven voelen van het mooie tweestromenland van Rijn en Maas en de speelse Niers, met Xanten als het aloude glanspunt en Kevelaer als een brandpunt van geestelijk leven. Well handhaafde zich al die tijd als aloude parochie aan de Maas, waarvan de oudste sporen verborgen liggen onder onze voeten.”
Deze bijdrage kwam tot stand dankzij Archief Well, bereikbaar via e-mail: info@archiefwell.nl
Fred Fransen