Als een kind met de benen bungelend over de rand en mijmeren over het leven
Als een kind met de benen bungelend over de rand en mijmeren over het leven Foto: Lise Donné


Aan de haak

Ik heb ze weleens zien zitten. Aan de oever van de Maas, rondom sloten en vijvers. Op een klapstoeltje, soms met koepeltentje erbij. Verdekt opgesteld en het liefst in zoveel mogelijk ongestoorde rust. De visser. Hoewel geen verstand van de hengelsport, bewonder ik het fenomeen op zichzelf. Op de eerste plaats vanwege het geduld wat je onvermijdelijk op moet brengen. Een visser neemt de tijd. Laat zich het (k)aasje niet van de hengel eten. Slechts een minuscule beweging doet hem opveren. En dan is het snel handelen. En dan die opbouwende euforie als het dan werkelijk beet lijkt te zijn … wat zou er omhoog komen? Ik kan me dat spanningsveld tussen piekmomenten en het tijdloze ‘niets' heel goed voorstellen. Het heeft iets weg van waken; de wacht houden. Zou het juist daarom zijn dat nachtvissen zo populair is? Het blijft voor mij raadselachtig. Lust voor vis is wellicht voor de bezielde vissersambassadeur hetzelfde als lust for life. Ik ontdek die metafoor bij -jawel- Vislust.

Terwijl ik onderweg ben naar onze oosterburen, reikt Siebengewald in haar uitgestrektheid voor me uit. Soms stap ik uit in het winkelhart van het dorp, waar de viswinkel uitnodigend pronkt. Maar vandaag besluit ik om iets eerder af te slaan, om de beleving van de visserij zelf van dichtbij mee te maken. Het is een mooie plek, daar aan de vrije kant van het Siebengewaldse. Maar wordt er ook fanatiek gevist? Welke vissoorten zou je er kunnen vinden en hoe gretig is de vangst? Wat doet een visser bovendien, wanneer de vangst letterlijk is aangehaakt? Het zou een tactiek moeten zijn die dierenleed zoveel mogelijk probeert te voorkomen en ik ben benieuwd hoe zoiets werkt. Maar op de dag van mijn bezoek, en ik het ter plekke had willen vragen, tref ik er geen enkele visser. Veertig vlonders liggen er, symmetrisch rondom het water aangelegd. Het is een sereen geheel zo; het stille water waaronder zich ongetwijfeld van alles afspeelt dat wij niet weten. De weerspiegeling van het leven boven water; de wereld waarin ik leef, drukt zich uit op het wateroppervlak. En daar is ‘ie ineens, die lust for life.

Bijna veertig ben ik. Veertig vlonders; eentje voor elk levensjaar. Ik besluit om rond te lopen en op willekeurige vlonders even stil te staan. Nummer vier: avontuurlijk kind ontsnapt ternauwernood aan een ongeluk. Nummer negen; te groot voor servet, te klein voor tafellaken. Nummer achttien, waar de bloeitijd zegeviert en de wereld te klein is. Nummer zesentwintig; in een volwassen overtuigingskracht of stiekem nog volop zoekende? Nummer vierendertig; schoonheid vinden in chaos, verdeeldheid en wederopbouw. En dan. Negenendertig. Het nu. Ik ga er even zitten, mijn benen bungelend over de rand als dat van een kind. Uitgedaagd in lessen en keuzes zoals eenieder, maar ook nog steeds nieuwsgierig naar het leven. Benieuwd naar de belofte die vlonder veertig me brengt, staar ik nog eens naar die levensweerspiegeling op het water. De visser die hier overmorgen weer zit, had zich vast niet kunnen bedenken dat iemand ‘zijn' vlonder gebruikte voor deze mijmeringen. Misschien doet hij dat zelf ook wel, en is dat juist de stille kracht van het vissen. Met een beetje geluk sla je zomaar het leven aan de haak.