
“Voor niks gaat de zon op”: boeren zoeken nieuwe koers in Maasduinen
Algemeen Natuur Ondernemers Politiek VIDEOWell | Op 10 maart ging het er in Well heet aan toe, en dat lag niet aan het weer. De informatiebijeenkomst, georganiseerd door Nationaal Park De Maasduinen in samenwerking met de LLTB, trok zoveel belangstellenden dat er geen stoel meer onbezet bleef.
De animo voor natuurinclusieve landbouw bleek enorm. Eén vraag hield iedereen bezig: hoe overleef je als boer te midden van alle nieuwe milieuregels?
“Ik heb gewoon de oogkleppen opgezet en ben gegaan”
De hoofdrolspeler van de dag was Geert Takken, een boer uit Oeffelt. Vijf jaar geleden besloot hij uit de wedloop om volume te stappen en in 2020 vormde hij zijn bedrijf om naar een biologische, extensieve bedrijfsvoering.
Takken is nuchter over zijn besluit: “Ik ben gestopt met luisteren naar wat de buren zeiden, heb de oogkleppen opgezet en heb besloten zelf aan het stuur te gaan zitten.”
Tegenwoordig beheert hij 100 hectare land met 80 koeien. Een van de pijlers van zijn bedrijf is een langdurig pachtcontract met Staatsbosbeheer voor een periode van twaalf jaar. Dit is geen reguliere pacht, maar een partnerschap. Eén keer per maand lopen de boer en boswachter Theo Bakker samen over het land om de staat van de bodem, het grasland en de natuurgebieden te bespreken.
Vogelakkers en morele dilemma’s
Boer Giel Reintjes uit Ottersum deelde zijn ervaringen met zogenaamde vogelakkers. Tien procent van zijn areaal is ingericht als percelen waar tot 1 juni niet gemaaid mag worden, zodat de veldleeuweriken de kans krijgen om hun jongen groot te brengen. “Ik ben een boer in hart en nieren. Ik ben gewend om vroeg en veel te maaien. Wachten tot juni is psychologisch zwaar; het druist in tegen mijn hele natuur.” Toch laat de rekensom zien dat het uit kan: hoewel het voer aan kwaliteit inboet, compenseren de beheersvergoedingen vanuit Natuurrijk Limburg dit verlies.
Wetenschap in dienst van de ploeg
Ook vanuit de wetenschappelijke hoek was er volop inbreng. Judith van de Mortel, lector “De Levende Bodem” bij HAS Green Academy, benadrukte dat alleen enthousiasme bij boeren niet volstaat; er is behoefte aan kennis en onderzoek. Zij presenteerde het initiatief Bodem en Watercampus, waarin de zogenaamde “vier O’s” samenkomen: onderwijs, onderzoek, ondernemers en overheid.
Het idee is simpel: boeren kunnen daar aankloppen met concrete vragen over hun grond, waarna wetenschappers helpen bij het vinden van praktische, wetenschappelijk onderbouwde oplossingen. Deze aanpak verkleint de afstand tussen het laboratorium en de praktijk op het veld.
Het thema innovatie kreeg een vervolg door Petra Schmitz van Agroforestry Netwerk Limburg. Zij vertelde over de opmars van agroforestry, een model waarbij bomen direct worden geïntegreerd in de landbouwpercelen.
IJsbrand Snoeij van het programma ReGenNL presenteerde een model van “horizontale dialoog” om doelen op het gebied van bodemgezondheid te bereiken.
Geen roze bril
Boer Luuk Lenen uit Well verwoordde het sentiment van velen: voor het merendeel van de agrariërs zijn de nieuwe milieueisen geen vrijwillige keuze, maar het resultaat van druk vanuit de wetgeving. Het grootste struikelblok is de voortdurende onzekerheid. De boeren vragen de overheid om duidelijkheid: “Geef ons heldere kaders en één coördinerend loket, in plaats van een woud aan verschillende instanties.”
De boer als landschapsbeheerder
Geert Takken pleitte voor een andere woordkeuze als het gaat om landbouwsteun. In zijn optiek moeten de gelden vanuit de overheid niet als ‘subsidies’ worden bestempeld, maar als een vergoeding voor geleverde diensten.
Boeren zijn immers landschapsbeheerders: mensen die het landschap onderhouden en behouden. Deze inspanning zou gezien moeten worden als een volwaardige maatschappelijke dienst. “Voor niks gaat de zon op”, memoreerde hij. “Voor al het andere is arbeid nodig.”
De bijeenkomst, onder leiding van moderator Mayke van der Hoff, liet zien dat boeren bereid zijn om te zoeken naar nieuwe landbouwmodellen. Maar daarvoor hebben zij drie dingen nodig: duidelijke spelregels, wetenschappelijke ondersteuning en perspectief voor de toekomst.
Andrei Sergeev














































