Afbeelding
Foto: Chris Smits

Rechter zet deur open voor ontbinding overeenkomst tussen Gemeente en Optisport

Algemeen Maatschappelijke discussie Politiek

De rechter heeft een voorlopig oordeel gegeven over het complexe dossier, waarbij wordt opgemerkt dat het geen eenvoudige zaak betreft. De kern van het geschil draait om de wederzijdse vorderingen en de fundamentele vraag wie uiteindelijk de kosten voor het onderhoud moet dragen en wat de precieze aard is van de bijdrage die de gemeente Bergen verstrekt.

Op basis van de teksten in de erfpachtakte en de exploitatieovereenkomst neigt de rechter op dit moment meer naar het standpunt van de gemeente dan naar dat van Optisport.

Dit voorlopige standpunt is geworteld in de erfpachtwetgeving, die bepaalt dat de kosten van het onderhoud ten laste komen van de erfpachter. De gemeente interpreteert de exploitatieovereenkomst zo dat deze niet afwijkt van dit basisprincipe, maar in plaats daarvan voorziet in een lineaire bijdrage die niet noodzakelijkerwijs de pieken en dalen in de onderhoudsverplichtingen dekt. Dit suggereert dat van Optisport kostenbedekking wordt verwacht en dat onderhoud een erfpachtverplichting is.

Er is echter een belangrijke kanttekening: de rechter benadrukt dat er nog goed gekeken moet worden naar het beroep op hoe de partijen zich hebben gedragen na het sluiten van de overeenkomsten en wat de context is van alle stukken die in dat verband zijn gewisseld. Zoals Optisport heeft aangevoerd, ontstond een deel van de discussie doordat de gemeente de nakoming eiste van het oorspronkelijke Meerjaren Onderhoudsplan (MOP) uit 2016, terwijl er later een afgeslankte, minimale versie was opgesteld in verband met de geplande sloop.

De rechter schat de zekerheid van dit voorlopige oordeel in op minder dan 90%, maar wel meer dan 50%, wat aangeeft dat het een serieus voorbehoud is. Hoewel het niet als een dubbeltje op zijn kant wordt beschouwd, is het ook niet een oordeel met volledige zekerheid.

Rolzitting op 4 Maart om Voortgang Juridische Procedure te Beoordelen

Op 4 maart staat een officiële rolzitting gepland om de voortgang van een lopende procedure te beoordelen. Deze zitting heeft tot doel om te kijken of de betrokken partijen alsnog tot overeenstemming kunnen komen.

Opties bij Gebrek aan Regeling Mocht er op 4 maart geen schikking zijn bereikt, dan zijn er twee belangrijke opties besproken. De eerste is dat partijen een vaststellingsovereenkomst opstellen. De tweede optie, bedoeld voor situaties waarin executie gewenst is, is het houden van een pro-formazitting. Bij deze pro-formazitting, waarvoor de partijen zelf niet aanwezig hoeven te zijn, wordt een proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal kan vervolgens dienen als basis voor executie, bijvoorbeeld door de inzet van deurwaarders.

Vrees voor Vertraging en Overlap De geschatte termijn voor de procedure wordt momenteel geschat op ongeveer zes weken. Er is echter bezorgdheid geuit over het voorkomen van overlappingen met een zitting die in april is gepland. Er werd gewezen op een eerdere casus waarbij een zitting in april pas in juli resulteerde in een arrest. Deze vertragingen onderstrepen dat de kans dat de uitkomst rond deze periode nog onbekend is, als erg groot wordt ingeschat.

 
 
 
 
 

Luister hier LIVE MDC Radio

Get it on Google Play
 
 

PODCAST

HOBBY EN VRIJE TIJD

HOOG WATER - LOB - DIJKEN

DUURZAME ENERGIE

VIDEO

SPORT