
Woordje van pastoor
Ingezonden Kunst & cultuur Maatschappelijke discussieMaria keek en glimlachte!
Wanneer jullie dit lezen ben ik in Lourdes; de bedevaartplaats waar Bernadette Soubirous in 1858 achttien keer Maria heeft gezien. Op de plaats van de verschijning, in de rots, staat een Mariabeeld; geplaatst door de toentertijd bekende kunstenaar Fabisch. Maria staat met gevouwen handen en met haar ogen gericht naar de hemel. Bij de onthulling was Bernadette niet zo heel tevreden over het beeld. Ze zei daarover twee dingen: Maria keek naar mij in plaats van naar de hemel en Maria glimlachte. Bernadette vertelde ook dat Maria haar vroeg: ‘wilt u zo goed zijn om de komende twee weken naar hier te komen?’ Nog nooit had iemand zo beleefd Bernadette aangesproken!
Het gezin Soubirous verkeerde in grote armoede en de 14-jarige Bernadette kon niet lezen en schrijven en zelfs geen Frans spreken maar alleen het plaatselijke dialect. Te midden van al die ellende was het Maria die haar ziet en naar haar glimlacht.
Maria is onze hemelse moeder en de boodschap van Lourdes mag ons doen beseffen dat zij naar ons allemaal omziet en naar ons glimlacht. In Lourdes zijn mensen met hun zorgen, verdriet, zonden en problemen. Maar vanuit de hemel is er die blik en die glimlach die dóórbreekt. Het grote wonder van Lourdes is niet de lichamelijke genezingen die er plaatsvinden maar dat mensenkracht en steun ervaren; het samenzijn met elkaar speelt daar ook een hele belangrijke rol in.
We gaan de meimaand in, de maand die aan Maria is toegewijd. Er zijn verschillende momenten in onze parochies om aan deel te nemen aan mooie Mariavieringen. Maria kijkt en glimlacht naar ons, niet alleen in Lourdes, maar waar we ook zijn! Hierin vinden we ook onze eigen opdracht. In de ontmoetingen met elkaar willen we ook naar de ander toe omzien, naar de ander glimlachen en beleefd aanspreken. Dat wij in het samenzijn met de ander door onze menselijkheid iets laten dóórbreken van hemelse momenten door de kleine gebaren die wij kunnen doen.
Pastoor Rick Blom
Fred Fransen




































