
Column: Boer in beeld
Column ColumnBoeren komen er in onze taal slecht af. Ik citeer het Van Dale Idioom Woordenboek, pagina 79:
‘... de boer staat voor lomp, ongeletterd en behoudend; exemplarisch zijn het boertje van buten en de boer op klompen, allebei boerenkinkels met een boerenverstand die zich boertig gedragen.’
In mijn jeugd was sprake van voddenboer en schillenboer en nu zijn er zelfs wijnboeren, visboeren en ijsboeren. Met de verschijning van spandoeken met teksten als ‘Trots op de boer’, wordt het tijd ons beeld bij te stellen van de aanduiding ‘boer’.
Europa stelt hoge eisen aan boerenbedrijven en een beetje boer moet zich verdiepen in technologische hoogstandjes. Datzelfde Europa heeft altijd flinke subsidies toegekend aan de agrarische sector. De recente acties hebben laten zien dat de sector niet met zich laat sollen en zich in de rug gesteund voelt door politieke partijen.
Hoe groot mag het belang van boeren in de toekomst zijn? Nederland koestert immers ook logistiek, industrie, toerisme en onze natuur. Hoe lopen we in de pas met Europa en internationale verdragen?
Miljoenennota of niet, er is niks mis mee om nuchter, oftewel met een boerenverstand, aan de vergadertafel te zeggen waar het op staat. En dat gaat op voor alle partijen.
Cora Leek


































